Omelet
Technieken / 001

Omelet

Lichtgeel, romig van binnen en zonder enige kleur — de Franse omelet is simpel maar onvergevend. Kleur is mislukking.

PERSONEN
1
1
VOORBER.
2 min
BEREIDING
2 min
NIVEAU
gemiddeld
  • 3 eieren
  • Klontje boter (ca. 15 g)
  • Snuf zout
  • Versgemalen witte peper
01Eieren kloppen: Breek de eieren in een kom en voeg zout en peper toe. Klop met een vork tot dooier en eiwit volledig gemengd zijn. Niet opkloppen — je wilt geen lucht erin.
02Pan verhitten: Zet een omeletpan (Ø 20–22 cm) op hoog vuur. Voeg de boter toe zodra de pan heet is. Wacht tot het schuim wegtrekt, maar de boter nog niet kleurt.
03Bakken: Giet het eimengsel in één keer in de pan. Laat 2–3 seconden stollen op de bodem. Trek met een vork of spatel de gestolde randen naar het midden terwijl je de pan kantelt, zodat het vloeibare ei naar de rand stroomt. Herhaal rondom.
04Vouwen en serveren: Stop zodra de bovenkant nog net glanzend en vochtig is — carryover heat maakt hem verder gaar. Tik de pan op het aanrecht om de omelet los te maken, vouw dubbel en laat op een voorverwarmd bord glijden.
  • Een goede omelet heeft geen bruine korst. Lichtgeel en egaal is het doel.
  • Hoog vuur en snelheid — een omelet is klaar in minder dan 2 minuten.
  • De pan moet heet zijn vóór de boter erin gaat, maar de boter mag absoluut niet bruin worden.
  • Vulling (kaas, kruiden, champignons) voeg je toe vlak voor het vouwen.

Koksopleiding — Lesdag 4: Gerechten met eieren